Een werkvloer is eigenlijk een samenleving in het klein, met eigen normen, gewoontes en vaak zelfs een eigen taal. Een werknemer die de Nederlandse taal goed beheerst, communiceert beter met zijn leidinggevende, collega’s en klanten. Dat werkt positief door in de bedrijfsvoering: een betere waarborging van de veiligheid, een hogere efficiëntie en een hogere klanttevredenheid. Bovendien: een werknemer die begrepen wordt, voelt zich beter op zijn plek

Met Werkend Nederlands werken cursisten tot wel 70% zelfstandig aan het verhogen van het taalniveau en het vergroten van kennis en vaardigheden. Alle cursusstof is ontleend aan de werkvloer. Werkend Nederlands begint met de basismodule van 0 tot A1.
De werknemers worden in de basismodule geïntroduceerd met de basis van de Nederlandse taal. Vanaf de eerste kennismaking met collega’s, het luisteren naar instructies, de vindplaats van materialen tot het kopje koffie in de kantine. De dagelijkse werkvloer wordt gebruikt als leeromgeving.
Het programma Werkend Nederlands gaat verder vanaf niveau A1. Het begint met een algemeen deel en wordt vervolgd door een vakspecifieke thema’s (techniek, handel en diensverlening en zorg). De werknemer oefent met materialen uit het bedrijf waar hij werkt, zoals formulieren, voorschriften, etc. De thema’s bevatten opdrachten op de taalniveaus A1, A2 en B1. Het programma is daardoor uitermate geschikt voor heterogene groepen.
Werkend Nederlands bestaat uit de basismodule en het programma vanaf A1. Beide programma’s zijn ook los verkrijgbaar.




















