ALFA-nieuws duikt dieper in Aan het Werk

In het februarinummer van ALFA-nieuws duikt het praktijkblad voor de alfadocent dieper in het programma Aan het Werk, een programma dat werkt aan de basisvaardigheden (taal, rekenen en werknemersvaardigheden) van laaggeletterde werknemers. Een selectie uit dat artikel leest u hieronder.

Voor wie is Aan het Werk bestemd?

Aan het Werk is bestemd voor laaggeletterde werknemers in SW-bedrijven of in reguliere bedrijven. Gemeenschappelijke kenmerken zijn dat de werknemers zeer laaggeschoold zijn, moeite hebben met leren, concentratieproblemen hebben, en moeite hebben met abstraheren. Daarom zijn ze vooral gebaat bij leren in zeer contextrijke situaties en bij leren op en van de eigen werkplek. Dat de deelnemers moeite hebben met abstraheren, blijkt ook uit het ‘lezen’ van afbeeldingen. Dat is de reden geweest dat we ervoor hebben gekozen alleen met foto’s te werken.

Hoe zit het materiaal in elkaar?

Aan het Werk bestaat uit zes thema’s. Die thema’s zijn afgeleid van de eindtermen van de AKA-kwalificatiebeschrijving. De thema’s zijn:

  • Introductie
  • Aan het werk met materialen en apparaten
  • Aan het werk met regels
  • Aan het werk met opdrachten
  • Aan het werk met lastige situaties
  • Aan het werk met collega’s

Ieder thema bestaat uit de onderdelen: werk, taal en rekenen. De deelnemer is steeds op drie manieren met de stof bezig: via groepslessen en werkbladen, via e-learning en via werkplekopdrachten.
Alle lesstof, of het nu voor werk, taal of rekenen is, is ontleend aan de werkvloer.

Hoe wordt er aan taal gewerkt?

Bij taal werkt de deelnemer van het Alfa B-niveau naar referentieniveau 1F, al naar gelang het startniveau. De problemen bij het lezen liggen vooral op het vlak van het tempolezen en het lezen van langere, moeilijker woorden. Het geringe tekstbegrip bij de deelnemer hangt daarmee samen. Voor het verhogen van het tempolezen, in samenhang met het vergroten van het tekstbegrip, wordt gewerkt met de RALFI-methodiek. Daarbij wordt een tekst meerdere dagen, vele malen in verschillende werkvormen gelezen. De gekozen teksten in Aan het Werk hangen samen met het thema. Omdat deelnemers soms maar eenmaal per week les hebben, wordt het tempolezen verder geoefend in de e-learning.

Waaruit bestaat de e-learning?

De e-learning wordt geopend met een leerportaal. Dat is een overzichtsscherm waarin de cursist kiest met welk thema hij gaat werken.

De e-learning bestaat ook uit de drie onderdelen werk, taal en rekenen. De deelnemer kan het onderdeel kiezen waar hij iets over wil of moet leren.
Ieder onderdeel is onderverdeeld in lessen. Met taal werkt de deelnemer aan technisch en functioneel lezen en schrijven. In de e-learning wordt dat onderscheid ook gemaakt.

Wat zijn de voordelen van de inzet van e-learning?

Deelnemers hebben behoefte aan veel oefening. Dat is in groepsverband maar beperkt mogelijk. Met e-learning kan de deelnemer de hele week op een eigen gekozen tijdstip en plaats oefenen, de lesstof herhalen en inslijpen. Een ander voordeel is dat de deelnemer zelfstandig aan de slag kan. Doordat de e-learning aansluit bij de werkplek, zinnige opdrachten heeft en voorzien is van gerichte feedback, is het ook voor deze deelnemers goed mogelijk om zelfstandig te werken. De deelnemer kan kiezen welke onderdelen in de e-learning hij of zij wil oefenen. De voortgang wordt bijgehouden. Dat is voor de deelnemer stimulerend en voor de begeleider een goed instrument om te gebruiken in de coaching. Tot slot is een voordeel van werken met e-learning dat een computer geen ‘eyebrows’ heeft. Een computer oordeelt niet, niet met woorden en niet non-verbaal. Dat is voor iedereen prettig, maar voor de doelgroep laaggeletterden zeker.

Lees het gehele artikel in het februarinummer van ALFA-nieuws.

Teksten:
Els Sneep – ITpreneurs, Rotterdam
Ineke van de Craats – Radboud universiteit, Nijmegen

Dit bericht is geplaatst in Taal, Werk en getagd , , , , , , , . Bookmark de permalink.