Lezen en schrijven, vanzelfsprekend? Uit onderzoek blijkt van niet. Naar schatting hebben 1.5 miljoen volwassenen, waarvan zo’n 450.000 op de werkvloer, hier in meer of mindere mate moeite mee.
Dit gegeven was voor ITpreneurs aanleiding om de Masterclass van 11 november 2011 in Hotel New York aan het onderwerp Lezen & Schrijven te wijden. Centraal stond de vraag waar leeroplossingen voor laaggeletterde werknemers aan moeten voldoen en in hoeverre de computer de lees- en schrijfvaardigheid van deze mensen kan verbeteren. Dit alles werd gedemonstreerd aan de hand van het blended leerprogramma Aan het Werk, bedoeld voor laagopgeleide en laaggeletterde werknemers in (SW-)bedrijven en voor (laaggeletterde) deelnemers aan een MBO entree-opleiding (AKA).
Foto’s
Na een heerlijke lunch in het restaurant van Hotel New York waarbij de deelnemers op informele wijze met elkaar konden kennismaken, startte het middagprogramma met een presentatie van Els Sneep (product portfoliomanager bij ITpreneurs). Els lichtte de drie aspecten toe die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van Aan het Werk: de Wet Werken naar Vermogen (WWNV), het Actieplan Laaggeletterdheid en de specifieke kenmerken van de doelgroep.
WWNV & Actieplan laaggeletterdheid
De Wet Werken Naar Vermogen is bedoeld om zoveel mogelijk mensen die nu in Wajong, WSW of een vergelijkbare situatie zitten, door te laten stromen naar regulier werk. Maar hoe, vroeg ITpreneurs zich af. In het actieplan Laaggeletterdheid (september 2011) wordt de behoefte aan programma’s met een digitale leeromgeving benadrukt, zodat mensen niet alleen leren lezen, schrijven en rekenen, maar ook digivaardig(er) worden. ITpreneurs concludeerde dat dergelijke programma’s nog amper bestaan.
Specifieke kenmerken van de doelgroep
De derde reden voor de ontwikkeling van Aan het Werk had met de specifieke problemen van de doelgroep van laaggeletterde volwassenen te maken. Els: “Vaak wordt gezegd dat je laaggeletterde volwassenen met een methode uit het Primair Onderwijs kunt helpen, maar dat werkt niet.” De deelnemers beamen dat. Ten opzichte van kinderen ondervinden laaggeletterde volwassenen namelijk een viertal specifieke drempels om niet aan hun geletterdheid te werken:
- Situationeel (bv. geen vervoer, geen opvang voor de kinderen)
- Institutioneel (bv. tijdstippen van lessen komen niet uit)
- Informatief (bv. ze zijn niet op de hoogte van het bestaan van cursussen)
- Dispositioneel (bv. ze hebben een nare ervaring met leren, of een gevoel van schaamte)
De eerste drie drempels zijn erg voor de hand liggend en relatief eenvoudig te overbruggen, maar de dispositionele drempel is de lastigste.
Daarnaast hebben laaggeletterde volwassenen verschillende instapniveaus, meer kennis van de wereld en vaak functionele leerdoelen, wat het leerproces kan bemoeilijken.
Taalgebruikersmodel
Aan de hand van het taalgebruikersmodel legt Els uit hoe het proces van taalverwerking en geheugen werkt. Het langetermijngeheugen (waar zaken als syntaxis, conceptueel geheugen en lexicon zich bevinden) heeft invloed op de taalproductie. Bij laaggeletterden is de kennis in het langetermijngeheugen minder ontwikkeld, waardoor de taalproductie moeizamer gaat. Behouden en automatiseren is daarom heel belangrijk bij het verbeteren van geletterdheid: de woorden moeten namelijk in het lexicon van het langetermijngeheugen komen.
De specifieke kenmerken van de doelgroep, de WWNV en het Actieplan Laaggeletterdheid vormden de aanleiding voor de ontwikkeling van Aan het Werk.
Naar de praktijk
José Scholte (directeur van Taalvakwerk) is ronduit blij met de methode Aan het Werk. Als uitvoerder zit Taalvakwerk al jaren op een methode te wachten voor mensen op de werkvloer met een taalniveau onder niveau A2 (1F van Meijerink). Taalvakwerk heeft daarom ook zelf bijgedragen aan de ontwikkeling van het programma.
José neemt de deelnemers van de Masterclass mee naar de praktijksituatie van een aantal cursisten op de werkvloer: Jolanda, Danny, Lieke en Kemal. Wat hebben zij nodig om verder te komen? Wat zouden zij moeten / willen leren?
In groepjes gaan de deelnemers aan de slag. Na 15 minuten brainstormen worden alle ideeën op een flipover genoteerd. Voor Jolanda (23 jaar, gedetacheerd bij Asito, dyslectisch, wil graag de werkbriefjes kunnen lezen en veilig met schoonmaakmiddelen kunnen werken) werden de volgende suggesties gedaan: laat Jolanda foto’s meenemen van zaken die ze wil leren en leer haar de pictogrammen en etiketten van schoonmaakartikelen begrijpen.
Methodieken Aan het Werk
Nadat de behoeften van laaggeletterde werknemers in kaart zijn gebracht, laat Yvonne Langbroek (ontwikkelaar van Aan het Werk) zien hoe de kenmerken van de doelgroep en hun leerbehoeften in Aan het Werk terugkomen. Zo is het belangrijk dat in het lesmateriaal een vast patroon wordt gevolgd, het moet als bouwstenen op elkaar passen. De methodiek, legt Yvonne uit, moet functioneel zijn en de noodzaak van de leerstof moet duidelijk zijn. Daarnaast is herhaling heel belangrijk.
Herhaling, verschillende keren het sleutelwoord van deze middag genoemd, komt in Aan het Werk tot stand via RALFI, retentietraining, modelling, koppeling van e-learning en groepsles, en via de uitvoering in de praktijk.
Yvonne legt uit dat je retentietraining inzet voor (moeilijke) woorden waar de cursist moeite mee blijft houden. Je zet deze woorden op een aparte lijst en die ga je inslijpen. Je volgt hierbij een vast stramien van het woord zien, het woord zeggen, en het woord schrijven.
Om lange woorden te oefenen, wordt in Aan het Werk gebruik gemaakt van kapstokwoorden. Samengestelde woorden kunnen via woordstroken en foto’s worden geoefend. Yvonne demonstreert dit met het woord handschoen:
Digitale wensen?
Na een korte pauze sluit Els Sneep de middag af met de digitale mogelijkheden van Aan het Werk. Hier keken de deelnemers naar uit!
Maar wat verwachten deelnemers eigenlijk van digitale oplossingen? In korte tijd is een lange lijst met wensen gevormd: het moet gebruiksvriendelijk zijn, het moet problemen oplossen die niet in de les op te lossen zijn, het moet aantrekkelijk zijn, er moet een leervolgsysteem en voortgang in zitten, herhaling moet mogelijk zijn, het moet zelfstandig te gebruiken zijn, het moet empowerment van cursisten vergroten en je moet met schrijven kunnen oefenen in het programma.
Digitale wensen & Aan het Werk
Els is zichtbaar blij met de suggesties, want deze komen allen terug in Aan het Werk. Aan het Werk bestaat uit de onderdelen taal, rekenen en werknemersvaardigheden, allen gerelateerd aan de werkvloer. Elk onderdeel bestaat uit 6 thema’s. Het thema Taal bestaat bijv. uit:
- Lezen (technisch & functioneel)
- Klanken
- Regels
- Lange woorden
- Begrijpen
- Invullen (schrijven)
Els laat van alle onderdelen zien hoe de digitale oefeningen eruit zien en werken. Er komen veel vragen uit het publiek, maar bovenal enthousiaste reacties. Met Aan het Werk lijkt in een langverwachte behoefte te worden voorzien!
De middag wordt traditiegetrouw afgesloten met een borrel, waar de deelnemers nog volop met elkaar napraatten.

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden van Aan het Werk? We komen graag bij u langs om u de methode vrijblijvend toe te lichten!


































